Nieuws

In het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (art. 7, §1, 2°) wordt voor de aanduiding van panden die niet door de eigenaar worden bewoond en waarvan de inkomsten belastbaar zijn, een specifieke term gebruikt: ‘verhuurde onroerende goederen’. Betekent dit dat inkomen uit onroerend goed waarvoor een precaire bezettingsovereenkomst van kracht is, niet wordt belast? (Ter herinnering: de precaire bezettingsovereenkomst is een juridisch instrument dat niet mag worden verward met een huurovereenkomst).

> Lees verder

Wat zijn precies deze inkomsten uit onroerend goed in het geval van een precaire bezetting? Met andere woorden: wat is in een dergelijk geval de belastinggrondslag?

> Lees verder

Wie moet de belasting betalen in geval van een deelovereenkomst?

> Lees verder

Wat als de private eigenaar van een overeenkomst van precaire bezetting een professionele activiteit uitoefent?

> Lees verder

Is het de vereniging die de bewoning beheert uit stedenbouwkundig oogpunt toegestaan een kleine handelszaak op te zetten? (bijvoorbeeld een table d’hôte in een deel van het bezette pand, of een pop-upwinkel)?

> Lees verder

Bestaan er flexibele toepassingen van de bewoonbaarheidsnormen?

> Lees verder

Zal precaire bezetting waarschijnlijk profiteren van deze afwijking?

> Lees verder

Zou het niet meer dan logisch zijn dat bepaalde handelingen en werken van geringe omvang vrijgesteld zijn van het voorafgaand advies van de DBDMH?

> Lees verder

Zijn de bewoonbaarheidsnormen van toepassing op goederen die worden gebruikt als precaire bezetting?

> Lees verder

Is het bijgevolg niet logisch dat die handelingen en werken van geringe omvang ook vrijgesteld zijn van het controlebezoek van de DBDMH?

> Lees verder