Daarnaast vertonen deze juridische instrumenten een aantal verschillen. Zo geldt het volgende voor het commodaat, in vergelijking de hierboven beschreven overeenkomst:
- geregeld door een wet (artikelen 1875 en volgende van het Burgerlijk Wetboek);
- ‘essentieel een overeenkomst om niet’;
- niet gekenmerkt door precariteit in die zin dat zij wordt afgesloten voor een bepaalde tijd, die lang kan zijn, waarvan de beëindiging niet afhankelijk is van het optreden van een externe gebeurtenis en niet a priori kan eindigen voor de voorziene vervaldatum;
- staat de houder niet toe de zaak ter beschikking van iemand anders te stellen (uitsluiting van ondercommodaat) aangezien het een — gratis — dienst te zijner gunste is.