Vergeleken met de situatie in België, welke filosofie zat er achter de invoering in Frankrijk van deze minder zware stedenbouwkundige procedure (vergeleken met de vergunning), de ‘melding vooraf’?
Rechtvaardigt de uitdrukkelijk tijdelijke aard van een installatie niet het loslaten van de stedenbouwkundige eisen (omdat men weet dat de plek aan het einde van de installatie weer zijn oorspronkelijke bestemming terugkrijgt)?
Zou men toch niet kunnen overwegen dat werken die theoretisch onderworpen zijn aan een vergunning daarvan vrijgesteld moeten worden omdat ze door hun beperkte omvang de ruimtelijke ordening maar weinig beïnvloeden?
Als de initiatiefnemer van het project meent dat de beoogde werken wel degelijk binnen het kader vallen van het ‘geringe omvang’-besluit (en daardoor geen vergunning vereisen), moet hij dan desondanks officieel een vergunningaanvraag indienen (met dien verstande dat de vergunningverlenende instantie deze hoe dan ook toekent)?
Welke filosofie zit er achter de vrijstelling van vergunning voor ‘de bouw en de plaatsing van elementen ontwikkeld in het kader van het universitair onderzoek of verbonden aan hoger, niet-universitair onderwijs?
Verandert het tijdelijke karakter van de bezetting iets aan de verplichting om een vergunning aan te vragen in geval van wijziging van het gebruik of de bestemming van een goed?
We use cookies to ensure that we give you the best experience on our website. If you continue to use this site we will assume that you are happy with it.